Uit het artikel/interview 'Eelco Gelling dat is de blues' van Harry de Jong uit Aloha 5 mei 2000.


"Het grootste deel van de jaren zestig en zeventig is als een film aan me voorbij gegaan. Een film waarin ik alleen maar op het podium stond."

"Ik weet nu dat het gebruik van smack de dood in de pot is voor je muziek."

"Hoe slecht het soms ook met me gaat, er is nog nooit een moment geweest dat ik geen zin meer had in het leven. Daar is het me te dierbaar voor."

"Na afloop in de hal zag ik volwassen mensen huilen omdat wij weer als Cuby & The Blizzards samenspeelden. Dat is nou echt far-out!"

(....) Eelco Gelling werd op 12 juni 1946 geboren in het Overijsselse dorpje Zwartsluis. Toen hij nog geen jaar was verhuisde hij met zijn ouders naar Loosdrecht, om op zijn elfde in Assen terecht te komen. "Vreselijk vonden mijn broers en ik het daar. Maar we hadden weinig keus. Mijn vader was bij de rijkspolitie en werd gewoon overgeplaatst. Ik en mijn broers hadden bebop-haar en droegen spijkerbroeken. Vijf jaar lang hebben ze ons 'Amsterdammers' nageroepen, daar in Drente. Ik kon die jongens niet verstaan, ik wilde dat ook niet. Nee, dan Loosdrecht, daar vermaakte ik me altijd prima. Altijd met een bootje het water op. Ik ben later met mijn vriendin en mijn oudste zoontje nog wel eens teruggeweest naar de plaatsen waar ik en mijn vriendjes hadden gespeeld in Loosdrecht. De gaten in de grond waar we onze hutten hadden gemaakt zaten er nog. Prachtig." (....)

(....) "Toen we in Drente kwamen wonen, was ik eerst bang voor die jongens met hun klompen en hun onverstaanbare taal. Ik vond het maar linke soep. De eerste vriend die ik daar maakte was Hans Kinds - een jongen die later slaggitaar zou spelen in de Blizzards. Harry Muskee bleek bij mij in de straat te wonen, maar hij was me nooit opgevallen." (....)

(....) Toch heeft Gelling niet alleen maar nare gevoelens bij zijn jeugd in Assen. Hij leerde er gitaar spelen en ontdekte al snel dat hij talent had. "Ik had eerst een ukelele. Dat ding ruik ik nog als ik eraan denk. Bij ons in de buurt woonde zo'n Indische familie, met twee lekkere dochters. Die mensen hadden een band en ik mocht met hen mee-oefenen, onder de voorwaarde dat ik de zaak niet zou ophouden. Indische vaders kunnen behoorlijk streng zijn en binnen veertien dagen kon ik al aardig wat akkoorden spelen. Ik deed verschrikkelijk mijn best om met de familie in de pas te blijven. De vader hoefde me maar op een bepaalde manier aan te kijken als ik iets fout deed en dan smolt ik helemaal weg. Dan deed ik het geen tweede keer fout. Als ik de loopjes die ik daar toen leerde nu weer speel, dan is het kind in me weer volledig wakker." (....)

.... "Moet je de diepte in die stem van Hooker eens horen. Daarom ben ik ooit de muziek in gegaan. Omdat ik de diepte in de muziek van John Lee Hooker had gehoord...."

(....) Het succesverhaal dat daarop volgde mag inmiddels als bekend worden beschouwd: Cuby & the Blizzards scoorde hits met ondermeer Another Day, Another Road, Distant Smile en Window Of My Eyes, terwijl lps als Desolation (66) en Groeten Uit Grollo ( 67) nu nog steeds gezien worden als absolute Nederblues-klassiekers. Ook volgde er een legendarische Nederlandse tournee met Van Morrison. In datzelfde jaar, 1967, kwam pianist Herman Brood bij de band, aan het eind van dat jaar gevolgd door bassist Jaap van Eik, die door Gelling bij de band werd gehaald. "Herman Brood zat in de gevangenis nadat de politie een inval had gedaan tijdens een door hem gegeven feestje in Den Haag. Cuby & the Blizzards zat dus zonder Herman. Net op dat moment was er ook een conflict gaande tussen Harry en Eelco, die allebei een andere kant uit wilden. Eelco had namelijk op een popfestival in Engeland Cream gezien. Die groep was toen net als trio van start gegaan en Eelco wilde ook zoiets, samen met mij en Hans Waterman. In Gaasterland in Friesland hebben we met z'n drieën een week lang gerepeteerd. Het was hartje winter en ik weet nog dat er een dikke laag sneeuw lag. Harry Muskee was op dat moment ergens anders bezig om ook een eigen band te beginnen met Dick Beekman als drummer. Maar de platenmaatschappij had helemaal geen belang bij twee verschillende bands. En dus hebben ze toen Harry en Eelco weer aan elkaar gelijmd. Hans Waterman is daarbij gesneuveld, want Muskee wilde per se zijn eigen drummer weer meenemen. Eelco nam mij mee en zo kwam ik in de Blizzards terecht. We speelden een tijdje met z n vieren tot Herman Brood uit de bajes kwam en toen was de cirkel weer rond." (....)

(....) Van Eik heeft Gelling leren kennen als een buitengewoon vriendelijk mens. "Hij had wel al dat afwezige, dat in zichzelf gekeerde. Maar als gitarist acht ik hem zeer hoog. Hoewel hij ook heel wisselvallig was. De ene keer kon hij geweldig goed zijn, de andere keer een stuk minder. Maar ja, heel veel goeie gitaristen hebben dat." (....)

(....) Begin 1969 verliet Van Eik de groep alweer en hij werd opgevolgd door Herman Deinum een uitgesproken fan van Gelling. "Ik kwam uit Blues Dimension toen ik de overstap naar de Blizzards maakte en Gelling heeft toen behoorlijk wat indruk op mij gemaakt. In mijn ogen is hij altijd een hele grote geweest en in die beginperiode heb ik veel van hem geleerd. Die band had het op dat moment al helemaal gemaakt. Ze maakten platen, deden grote tournees. Als je jong bent is zoiets natuurlijk het einde. En eerlijk gezegd trok het me ook heel erg om met Eelco te spelen. Wat een fantastische toon had die man toen in z'n gitaar! Hij heeft met z'n spel mijn latere ontwikkeling als muzikant behoorlijk beïnvloed. Hij was op het toppunt van z'n kunnen, terwijl iemand als Jan Akkerman nog in de startblokken stond. Eelco had alles mee, alle aandacht was op hem gevestigd." (....)

(....) Gelling zelf wist eigenlijk niet zo goed wat hij met al die aandacht en complimenten aan moest. "Iedereen vond me altijd heel goed spelen, maar ik had zelf wel eens het idee dat dat een beetje overdreven werd", vertelt hij nu. "Maar ik was bruikbaar en aanspreekbaar, ik hing nooit de artiest uit. Het ging uiteindelijk zo goed met Cuby & the Blizzards, dat ik het gevoel had zo'n beetje op het podium te wonen. Ik begon me op die verhoging veilig te voelen, daar kon me niets gebeuren. Onze manager zorgde voor alles, wij hoefden niet te denken, alleen maar te spelen." Desondanks ontdekte Gelling ook de negatieve kanten van de roem en dat zat hem absoluut niet lekker. "Ik heb gezien hoe mensen van je willen profiteren. Je wordt gefêteerd en je mag overal binnenkomen, maar je weet wel waarom: ze hopen allemaal een graantje van je roem mee te kunnen pikken. Aan de andere kant heb ik het leven door de muziek ook beter leren kennen. En muziek heeft voor mij deuren geopend die anders gesloten zouden blijven. Zo krijg je heel vaak korting als je ergens iets koopt. Dat was ook zo raar bij de Earring. Die kregen werkelijk al hun eten en drinken voor niks - ook dingen die ze niet zo lekker vonden, en dat namen ze dan toch maar. Dat zou ik nou nooit doen. Ik wil wel een hapje en een snapje voor niks hebben, maar dan moet ik het wel lekker vinden."
Die nuchtere constatering geeft in feite precies weer waarom het tussen Gelling en de Golden Earring nooit echt wat werd. Gelling had in 1976 Cuby & the Blizzards vaarwel gezegd om op een Amerikaanse tournee te gaan met de Earring. Tegen journalist Roberto Palombit zei Earring-gitarist George Kooijmans hierover onlangs in dit blad: "Kijk, wij zijn snelle jongens en Eelco kon het in Amerika niet bijbenen. Met z n vieren ging het beter en dat hebben we nog tijdens de tournee tegen hem gezegd. We zeiden: 'Je mag mee als special guest, maar de shows doen we met z n vieren.' Toen is hij na een tijdje teruggevlogen. Maar vergis je niet, hij heeft wel degelijk zijn steentje bijgedragen. Op Live ( 77) doet hij prachtige dingen en ook op Contraband (76) staat mooi werk. We hebben erg veel van hem geleerd." (....)

(....) Nu het Cuby-hoofdstuk voorgoed afgesloten lijkt voor Gelling, blijft hij met een grote frustratie zitten. "Ik vind het nog steeds jammer, nee, doodzonde, dat we met de Blizzards nooit naar de States zijn geweest. We konden er op tournee gaan, maar waarom dat op het laatste moment niet doorgegaan is, heb ik nooit begrepen. We waren nota bene de eerste Nederlandse band die een gigantisch voorschot kreeg van een Amerikaanse maatschappij. Er waren zelfs twee directeuren speciaal overgevlogen om naar ons te kijken. Ze wilden ons heel graag hebben. Dat was in de tijd dat al die grote bands furore maakten in zalen als de Fillmore East (New York) en West (San Francisco). Daar konden wij ook optreden. Het was precies de juiste tijd, want in Nederland hadden we alles wel zo'n, beetje gehad - er was geen uitdaging meer. We konden ons niet meer scherpen, maar een tournee door Amerika zou ons weer helemaal bij de les hebben gebracht. Daar hadden we in een maand meer geleerd dan hier in een jaar - ondanks de volle agenda die we in Nederland hadden. Maar goed, ineens werd het stil rond die grote Amerikaanse plannen. Dat zie ik nog altijd als een gemiste kans. Of Harry Muskee niet durfde, ik weet het niet, hij heeft het me nooit verteld. Ik weet nog wel dat in diezelfde tijd Herman Brood gedumpt werd door de band. En dan moest ik de boel maar weer lijmen. Ja jongen, ik heb wat meegemaakt, dat liegt er niet om. Als ik doodga, kan ik zeggen dat ik veel heb overleefd. Dat weet ik bij voorbaat al." (....)

(....) "Na afloop in de hal zag ik volwassen mensen huilen. Omdat wij weer als Cuby & the Blizzards samenspeelden. Dat is nou echt far-out! Weet je dat er kinderen naar mij zijn vernoemd, omdat hun ouders mij zo'n geweldige gitarist vonden? Ik geloof dat er ondertussen wel zo n twaalf of dertien Eelco's rondlopen De laatste Eelco kwam ik tegen tijdens een bluesnacht in Utrecht. Er liep een vader de kleedkamer in met het geboortebewijs van zijn zoon: 'Kijk eens', zei hij trots, 'mijn jongen is naar jou genoemd.' Jammer dat ik niet al die kinderen ken, anders zou ik een keer per jaar een Eelco-feestje in Den Haag kunnen organiseren. In Rotterdam heb ik zon jongetje eens gevraagd hoe hij het vond dat hij naar mij genoemd was. 'Ik weet niet', zei hij. 'Ik vind niks aan gitaar en voor mij hoeft die muziek van u niet zo'." (....)

"Ik werk nu met een aantal vaste muzikanten, die hebben me nooit in de steek gelaten. Allemaal jongens uit Gorkum. De bassist is daar wethouder (*), dat zou je niet zeggen als je hem ziet. Ze weten dat ik moeilijke periodes heb en dan leggen ze geen beslag op mij. Want ze weten dat ik er sterker uit tevoorschijn kom. Maar uiteindelijk wil ik toch weer dat podium op. Maar dan moet de band wel zo goed zijn dat het ook kan. Als ik het gevoel heb dat de kwaliteit er nog maar voor tachtig procent is, dan ga ik niet. Dat kun je tegenover de mensen niet maken...."

(*) Moet zijn fractievoorzitter