Uit 'Rock 'n Roll Junkie Over Herman Brood' (1994) (met vriendelijke
toestemming van Uitgeverij Prometheus) (ISBN 90-5333-276-6)
Door Jan Eilander
(....) Als Brood uiteindelijk geen vedette was geworden, was zijn aanwezigheid
in die band (=Cuby + Blizzards) niet meer dan een voetnoot geweest in de
geschiedenis van wat een legendarische groep werd. Dan was hij een van de vele
muzikanten geweest. Net als Willy Middel, Dick Beekman, Jaap van Eik, Hans
Lafaille, Herman Deinum, Helmig van der Vegt, Hans Waterman. Alle aandacht in
de media ging uit naar het koningskoppel: zanger Harry Muskee en gitarist Eelco
Gelling. Cuby & the Blizzards begon zoals The Moans begon. Jonge ventjes in
een tijd waarin de popmuziek nog moest worden uitgevonden. Het bandje waar de
jongens en meisjes uit de buurt zich aan spiegelden. Wereldberoemd in Assen.
Het grote verschil was dat Cuby & the Blizzards doorgroeide.
In het Assen van begin jaren zestig deed Harry Muskee aan jazz. Hij verkeerde
in de lokale beatnick-scene en filosofeerde onder andere met Erik Nordholt -
de latere hoofdcommissaris van politie in Amsterdam - over de literatuur van
Jack Kerouac, over het existentialisme van Jean-Paul Sartre. Hij zong en baste
bij The Old Fashion Jazz Group. In de tijd die hem restte luisterde hij naar
de blues van John Lee Hooker. Muskee zou later tegen Muziekkrant Oor zeggen:
"Je kunt wel zeggen dat jazz ook blues is. Zelfs de meest ingewikkelde bebop
is eigenlijk een bluesschema."
Eelco Gelling - hij was twee jaar jonger dan Muskee (*) - zat in een andere
Asser scene. Hij luisterde naar The Shadows en waagde zich met zijn band The
Rocking Strings - met de latere Blizzards Willy Middel, Hand Kinds en Dick
Beekman - aan Hank B. Marvin-imitaties. In jasjes en dasjes. In het enige café
dat er in Assen toedeed vermengden zich die twee werelden. In 1964 trad Muskee
toe tot Gellings band. Hij introduceerde de blues - hij was de enige van het
stel met een eigen pick-up en een uitgelezen platencollectie - en bedacht de
naam Cuby & the Blizzards. Cuby was de hond van z'n buurman.
Op feestjes, partijtjes, in danszalen deden ze het om en om: een setje
instrumentaal voor de dansers en dan weer een setje bonkende blues featuring
Harry Muskee.(....)
(....) Na twee jaar viel de band ook in de rest van het land op. In
tegenstelling tot de meeste groepen uit die tijd bekeerden ze zich niet tot de
beatmuziek, de poppy vertaling van zwarte muziek, maar groeven ze dieper. Tot
ze zich de Drentse erfgenamen van de oude blueshelden van de Mississippi-delta
mochten noemen.
Hans Waterman was zeventien toen hij Dick Beekman verving als drummer van The
Blizzards. Ook hij kwam uit een Shadowsbandje. "Er hing iets eigens om Cuby &
the Blizzards heen, een creativiteit die ik maar moeilijk kon duiden." De
haren waren langer. De spullen waren anders. Terwijl iedereen in Nederland op
een Fender-gitaar met Vox-versterkers speelde, hadden zij Gibson-gitaren met
Fender-versterkers. In die tijd, zegt hij, speelde iedereen covers. The
Blizzards ook. Maar The Blizzards kopieerden niet. Ze speelden nummers als
'Summertime' in kwarten. Heel jazzy. (....)
(....) De plaat (='Desolation') verkocht twintigduizend exemplaren. Het
verschafte Gelling de status van 'beste gitarist van Nederland'. En ver
daarbuiten, Manfred Mann zou later - via Buma/Stemra - zijn gitaarsolo uit
'Window Of My Eyes' kopen. Gelling zou goeie aanbiedingen krijgen van John
Mayall, van Geno Washington & the Ram Band en Van Morrison. Hij weigerde omdat
hij verwachtte dat Cuby & the Blizzards internationaal zou doorbreken. (....)
(....) Gelling speelde volgens Arend Jan Heerema van Voss als Buddy Guy. Ook
nog nooit van gehoord, toen.
Gelling vertelt dat er na afloop van optredens mensen naar hem toekwamen, die
precies meenden te weten hoe hij zich voelde. "Dat leidden ze af uit mijn
spel." Die hele hippiecultuur, zegt Gelling, waar zij ongemerkt spreekbuis van
werden, beleefde hij als in een film. Hij stond op het podium en keek ernaar.
Later snapte hij pas dat ze een 'onwijze wereld' hadden gecreëerd. Met een
eigen taal en muziek. Maar ze waren beslist geen voorgangers. Oké, ze speelden
even een centrale rol in de beweging. Maar dat was meer per ongeluk. (....)
(....) Gelling kende Brood via verhalen over The Moans. Ooit, op die avond dat
Brood hun microfoons jatte, hadden ze een paar woorden gewisseld. "Wat ik me
van het begin herinner, is dat hij nauwelijks speelde, een paar akkoorden
maar." Het wrong wat hij deed. Hij duwde en trok. Maar hij wist volgens
Gelling wel heel goed waar het om draaide in de muziek. Want met die paar
akkoorden kon Brood heel veel zeggen. Als voorbeeld haalt Gelling het nummer
'Somebody Will Know Someday' aan, de mooiste song van de elpee 'Trippin' Thru
A Midnight Blues' (**). "Je hoorde een hele solo, maar hij speelde de helft.
De rest suggereerde hij."
Bovendien was Brood door z'n boogie-achtige manier van spelen een ideale
verbindingsman tussen de solisten - hij (= Eelco) en Muskee - en de
ritmesectie. Brood voorkwam dat bas en drums te veel op zichzelf 'draaiden'.
(....)
(....) Na de zomer van 1968 was er weer een nieuwe bezetting van de band.
Broods jeugdvriendje Hans Lafaille en Herman Deinum, de ritmesectie van de
Zwolse band Blues Dimension vervingen Jaap van Eik en Dick Beekman.
Cuby & the Blizzards gingen naar het buitenland. Ze 'headline-den' op het
Windsorfestival. En, zegt Lafaille, ondanks de aversie van de Engelse pers
voor continentale bands kregen ze de hele zaal op hun kop. Melody Maker wijdde
op de voorpagina een artikeltje aan Cuby & the Blizzards.
Ze maakten een rondreis door Polen en werden gefêteerd als vedetten.
"Wij hadden naadloos gepast in de scene rond de Fillmore East en West", zegt
Eelco Gelling. In de scene van Paul Butterfield en Janis Joplin. Amerika lag
in het verschiet. In Amerika werden de platen van Cuby & the Blizzards goed
gerecenseerd in The Village Voice en in The Rolling Stone. Mercury - een van
de grootste platenmaatschappijen in de VS - had interesse in Cuby. (....)
(....) Dat Cuby & the Blizzards uiteindelijk nooit in de VS terechtkwam weet
Witkamp (van Philips/Phonogram) aan Muskees halfslachtige gedrag: "Muskee had
een grote mond, maar zodra hij iets moest doen dat buiten het normale stramien
viel werd hij vreselijk bang."
De band - in het bijzonder Gelling - hield het meer op gebrek aan
organisatorisch talent bij de platenmaatschappij. "Dat merkten we voorafgaand
aan een tweede tournee door Engeland. Er was weer niks geregeld." (....)
Over de C+B reünie-concerten op 09/06/73 en 15/01/74
(....) Het feestje vond plaats in Bellevu, een relatief kleine zaal in het
centrum van Assen. Gelling deed - uiteraard - mee, en Hans Kinds, Willy
Middel, Hans Waterman ook. En Herman Brood, met het geluk van een zondagskind
net op tijd terug in het land der levenden. Jansen (***) zag hoe een compacte
mensenmassa de zaal vulde. Drentenaren, vrienden en bekenden van jaren
geleden. Het 'thuispubliek' was vanaf de eerste noot enthousiast en buiten
zinnen. 'Als een meedogenloze vloedgolf stortte de muziek zich de ruimte in.
Er werden nummers van de eerste elpee-'Desolation'-gespeeld. Jansen zag vanuit
de coulissen het vertrokken gezicht van Cuby, de verlegen onbeweeglijkheid van
Eelco, die ontegenzeggelijk voor de zoveelste maal bewees de beste gitarist
van het westelijk halfrond te zijn, het duidelijk genoegen van Kinds, Willy
Middel, de onwrikbare rots in het geheel met zijn stoïcijnse, op Rolling
Stones-bassist Bill Wyman lijkende stijl. Herman Brood in zijn te korte
truitje en zijn ontastbare goede humeur. En vrienden en gastspelers. Jaap van
Eik deed even mee. Willem Ennes van Solution, de band van Hans Waterman. De
Ambonese percussionist Neppie Noya. Bert Jansen was nogal aangedaan: "Muziek
spontaan en staand als een huis, onvergetelijk. Woorden schieten te kort",
schreef hij. (....)
(....) Acht lange uitgesponnen speelden ze. Vijf covers: 'Rock Me Baby'
van B.B. King, 'I'm In Love' van C. Walker, 'Checkin' Up On My Bay' van Sonny
Boy Williamson, 'Hobo Blues' van John Lee Hooker, Johnny B. Goode' van Chuck
Berry. En de Gelling/Muskee-nummers 'Night Train', 'Distant Smile' en
'Somebody Will Know Someday'. (****)
De teksten zijn simpel, de bas pompt een eenvoudig ritme, de drummer drumt
druk. Muskees zang is gedreven. Gelling - meteen al in in het intro van 'Rock
Me Baby', in de solo van Checkin' Up On My Baby' - bij vlagen virtuoos. De
teksten waren simpel, de ritmes eenvoudig, maar streng en strak. (....)
Uit het hoofdstuk over 'Kid Blue' ('76)
'Twaalf maten, dertien ongelukken' schreef Bert Jansen naar aanleiding van het
Afscheidconcert boven z'n stuk over Cuby & the Blizzards in de VARA
Nakijkkrant. En ook na de spectaculaire comeback, ging de ellende gewoon door.
Nog voor de zomer van '76 namen Gelling, Muskee en Brood, met Frank Nuyens
(guitar en vocals), Lourens Leeuw (bas en vocals) en - de vervanger van Herman
van Boeyen - Mels Bol (drums en percussion), 'Kid Blue' op, een elpee die via
Wobbe van Seijen bij de produktie maatschappij van Willem van Kooten alias
Joost den Draaijer terechtkwam. Eer de plaat - augustus 1976 - in de winkels
lag, brak de navelstreng tussen de artificiële tweeling Eelco Gelling/Harry
Muskee. Gelling verdween naar Golden Earring. Zonder uitleg, zei Muskee tegen
schrijver/journalist Bert Jansen: "Iedereen scheen het te weten, behalve ik."
Muskee voelde zich in z'n zak gescheten.
En Eelco Gelling ook. Want die vond het belachelijk dat Red, White & Blue -
zonder dat hij erin gekend was - weer Cuby & the Blizzards heette. Bert Jansen
citeerde Eelco Gelling in het manuscript van zijn boek De Legende : "Iedereen
wist dat die band nooit iets zou worden. Het was allemaal nog te vers in het
verleden en zo en daar heb ik een hekel aan, dat je iets van het verleden
bent, een legende of zo." En misschien was hij ook wel vertrokken omdat hij
met The Golden Earring - eindelijk! - door de VS kon toeren.
Golden Earring bracht Gelling overigens niet wat hij ervan verwachtte.
Baas/gitarist George Kooijmans had 'm persoonlijk aangezocht, dus hoopte
Gelling dat hij z'n bijna spreekwoordelijke grilligheid - de gitarist die het
moest hebben van z'n geniale invallen - kon botvieren. Dus niet. The Golden
Earring dwong 'm - zei Gelling - in een veel te strak keurslijf.
Spijt is wat een koe schijt, zeiden ze altijd in Noord-Nederland. Gelling zal
daar in Amerika vast vaak aan gedacht hebben. In elke plaats die hij in de VS
aandeed, grasduinde hij in de platenwinkels. Daar trof hij vaak niet een, maar
meerdere Cuby-elpees tegelijk aan. Gelling vertelt dat er zes, zeven jongens
met de band reisden, die alles wilden weten over "Harry, Herman en mij."
Godverdomme, zeiden die gastjes, wat deed Eelco toch in die kutband. Die ouwe
was toch veel beter! "Eerst toen drong het tot me door hoe bekend The
Blizzards daar waren." (....)
(....) In de tachtiger jaren stapte hij weer met Muskee, Deinum en Lafaille -
onder de vlag van The Muskee Gang - het podium op (*****). Bert Jansen - Cuby-
fan/watcher van het eerste uur - raakt ook weer enthousiast als die gitaarsolo
in het nummer 'Rimshots In The Dark' (van de elpee Rimshots In The Dark' uit
1986) ter sprake komt. Hij vond het een van de mooiste gitaarsolo's 'ever'. In
De Legende schreef hij: "Die Charlie Parker-frasering, de glijdende overgang
van het thema, een quintenreeks, naar de opbouw met op het hoogtepunt het
onaffe, het hier en daar even misgrijpen in het optimale vuur van het spel.
Verstrikt in emoties. Het spelen met de ogen dicht. Het op gevoel vinden van
de juiste snaar. Een aangezette vertrokken dubbeltoon, de hoge noot die
wegglipt, de onvolmaaktheid die het zo overtuigend maakt. De toon van
ervaring, niet die van de hulpmiddelen die tegenwoordig in kleine kastjes
onder de voet verkrijgbaar zijn." (******)(....)
(....) "Brood verweet me dat ik nooit gebruik heb gemaakt van m'n aanzien bij
het publiek. Starfucken enzo, weet je wel." Gelling lacht, publiciteitsgeil,
dat was Brood toen ook al. En een ster in wording, ook. Tijdens de opnamen van
'Kid Blue' snapte Gelling eindelijk ("Het was zo duidelijk") wat Brood van
plan was. (....)
Noten van Aart Roza.
(*) Eelco is vijf jaar en twee dagen jonger dan Harry.
(**) 'Somebody Will Know Someday' staat op 'Groeten Uit Grollo'.
(***) Bert Jansen was schrijver en een van de eerste die-hard fans van C + B,
die probeerde de band bij ieder optreden te zien. (veel liften of illegaal
'treinen' dus). Hij speelde ook weleens een nummer op de mondharmonica mee.
Bovendien zat Bert in het team dat de Nederpopzien-uitzendingen van de VARA
maakte, waaruit 'Afscheidsconcert' rolde. Werkte ook mee aan de film 'De
Legende' over Harry Muskee.
(****) Uitgebracht op de cd 'Afscheidsconcert'.
(*****) Herman Deinum verliet de band vanwege Eelco.
(******) Volgens het inlay-boekje van de 4-cd box 'Blues Traveller' van C + B
(pagina 19), zijn alle partijen van Eelco en Melle Jan Kleisma - later samen
in Blues Connection - van 'Rimshots In The Dark' gewist, behalve van de
nummers 'Too Blind To See' en 'I've Always Been Lonely'.