'Ik word bejaard op het podium' (Nieuwe Revu, 23-30/03/89)
Door Alfred Bos
Eelco Gelling (42) was in de jaren zestig samen met Jan Akkerman het Nederlandse antwoord op Engelse gitaargoden als Eric Clapton en Jimmy Page. Hij begon zijn loopbaan in 1964 bij Cuby + Blizzards en speelde van 1976 tot 1978 bij Golden Earring. Gelling woont in Den Haag en treedt sinds twee jaar weer op met Blues Connection.
"Op mijn twaalfde ben ik beginnen te spelen, op een ukelele. We woonden in Assen en toen er in de buurt een Indische familie kwam, werd ik daar kind aan huis. Die mensen hadden een eigen band onder aanvoering van Pa. Dat zag ik helemaal zitten, daar was continu muziek. Ik heb het eerst geprobeerd op saxofoon, maar volgens de huisarts was dat niet goed voor mijn longen - ik was een beetje astmatisch. Toen maar die ukelele, na een week oefenen speelde ik mee. Als ik niet snel genoeg van akkoord kon wisselen, keek die Indische pa me aan met een strenge blik: doorgaan, niet op fouten letten. Heel goed. Ik zat avonden de slag met mijn rechterhand te oefenen. De volgende dag kon ik het dan, niet te geloven. Op mijn veertiende koos ik voor de muziek. Ik vind veel dingen leuk, maar niet om lang mee bezig te zijn. Ik kwam uit op fotograferen en muziek, beide hadden een zekere mate van vrijheid. Het werd muziek, daar heb ik doelbewust voor gekozen. Je creëert je eigen wereld op het podium. Dat is natuurlijk een wereldplek. Daar ben je thuis, daar woon je."
Wat waren je ambities toen Cuby + Blizzards in 1964 beroeps werden?
"Dat was een logische stap. Van ouwehoeren over de groep via het uitzoeken van apparatuur naar optreden Het werd steeds drukker en
de stijgende lijn bleef. Beroeps worden en platen maken was een logische consequentie. We hadden in het Noorden een waanzinnig fanatieke aanhang. Als er ergens een band uit het Westen optrad, gingen we daar met een clan naar toe om foto's te verscheuren en hard te roepen dat het allemaal klote was, hoewel ze honderd miljoen keer beter waren dan wij. Voor die clan was het niet alleen muziek, maar ook een houding - een manier van leven. Bij ons werd dat eerst zichtbaar, maar iedereen zat er eigenlijk wel een beetje op te wachten. Die levensstijl? Dat mensen op jongere leeftijd mondiger werden. En mobieler, zelfstandiger. Dat kweekte een saamhorigheidsgevoel."
Mag je zeggen dat het zoeken was naar vrijheid?
"Ja, ik had voor mezelf mijn eigen wereldje gecreëerd waar ik me heerlijk in thuisvoelde en ik ben altijd aanspreekbaar gebleven. Dat hebben The Blizzards nooit gehad, in geen enkele bezetting: op een voetstuk leven. Maar we moesten ook helemaal niets hebben van 'doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg'. Onze houding was: wees jezelf, volg wat er gebeurt in de wereld en denk elke dag even na."
Die periode heb je vanaf het podium bekeken. Kwam het op je over als een tijd van vernieuwing?
Een poosje geloofde ik dat echt, ja. Dat het niet helemaal teruggedraaid zou worden, dat er een gedeelte van zou blijven. Dat is niet echt het geval geweest. De mensen die bijdehand waren gingen onmiddellijk de mensen uitbuiten waartussen ze geleefd hadden. Handige zakenjongens die wisten waar de poen zat en rotzooi begonnen te verkopen. Zo werd de hele kliek weer ingepakt."
Dus ook van binnenuit?
"Ik heb er nooit bij stil gestaan dat mensen een bepaalde leeftijd bereiken. Op je achttiende in dienst en dan moet je wel een meisje hebben, na de dienst verloofde je je en daarna kwam de baan en dat was het dan. Dat heb ik nooit gehad, al wist ik dat het bestond. Mij werd vaak gevraagd: wat ga je later doen. Niemand begreep dat je het ook als een baan kon beschouwen. Ik had een heel laf smoesje: ik maak de fotovakschool af en ik heb mijn diploma's. Dan hoorde ik er weer bij: hij heeft gelukkig zijn gezonde verstand nog. Daar schaam ik me nog voor, zo slap."
Waar stonden Cuby + Blizzards internationaal gezien?
"Daar stagneerde het. De enige logische stap toentertijd was naar de States. We praatten er nooit over, maar de belangstelling was er wel. Er zijn twee Amerikaanse directeuren overgekomen, we kregen het voor die tijd gigantische voorschot van 50.000 dollar en ik wist niet beter of we zouden daar naartoe gaan. Maar dat ging ineens niet door. Niet zo lang geleden was ik daar opeens verbijsterd over. Ik was zo geschrokken, ik dacht: dat kan ik niet laten zien. Het belangrijkste was dat er geen bonje in de band kwam en we ogenblikkelijk doorgingen."
Harry Muskee (Cuby) was vijf jaar ouder. Keek je tegen hem op?
"Helemaal niet. In veel dingen was hij eerder naïever. Wat wel prettig was: hij kon serieus zijn en verstandig. Inspirerend? Natuurlijk, we begrepen elkaar goed en we hadden dezelfde interesse. Niet alleen de muziek, ook het gevoelsmatige telde sterk - jazz, de beatniks, achter de horizon kijken."
Hoe bekeken jullie buitenlandse muzikanten: als collega's of als concurrenten?
"Uiteindelijk als concurrenten. Iedereen was slecht, alleen wij niet. Binnen de Blizzards had je nooit dat gezeik dat je ergens tegenop keek. Hoe interessanter, hoe beter - onmiddellijk er op af. Reputaties, daar stond je niet stil bij. Je vond het leuk dat je grote namen van dichtbij kon meemaken. Het was vanzelfsprekend, we hoorden thuis op het allerbekendste level. Ook buitenlandse muzikanten kenden en accepteerden ons, we hadden een goede naam.
In Engeland hebben we kennis gemaakt met het Britse chauvinisme. In de Marquee (een befaamde Londense club, AB) speelden we heel goed en we hadden veel succes, voor de deur stond een enorme rij die er niet meer in kon. Iedereen kwam kijken: Peter Green, Eric Clapton, we speelden te gek en Melody Maker (een muziektijdschrift, AB) plaatste een stukje van vier centimeter. We hebben precies hetzelfde meegemaakt als de Stones, het verschil is enkel poen. Ik begrijp nog steeds niet dat men bij de Nederlandse platenmaatschappij zo dom is geweest. Bij de Engelse tournees was er geen voorbereiding, geen begeleiding, niks. Je moest alles zelf doen."
Wat voor gevoel had je toen Cuby + Blizzards in 1973 uit elkaar ging? Opluchting?
"Enigszins, maar meer omdat de negatieve stemming daarmee ook verdween. Eigenlijk was ik het er helemaal niet mee eens. op een gegeven moment was er een wisseling in de band, we waren geloof ik bezig met de Simple Man - lp (uit 1971, AB) en opeens verdween datgene wat de band uitzonderlijk maakte. Dat kon ik de mensen niet duidelijk maken, zelfs Harry niet. Die wilde verantwoorde muziek maken, geen geouwehoer. Een prima streven, maar daarmee ging hij volledig voorbij aan de magie van de band. Daarom was onze band wel bijzonder en een andere band die hetzelfde deed, niet."
Was daar een concrete aanleiding voor?
"In de plaats van Herman Brood kregen we Helmig van der Vegt op piano, dat heeft ons genekt. Dat is niet de schuld van Helmig, hij is een briljante pianist, maar dat heeft ook tegen ons gewerkt. Brood was de perfecte schakel tussen de ritmesectie, dat tandem, en aan de andere kant Harry en ik. Daar zat Brood tussen en die zorgde voor de perfecte balans. Op die manier haalde je het meeste rendement uit iedereen. Iedereen werd gedwongen zichzelf te zijn. Dat is het ideaal: goed communiceren en iedereen is zichzelf. Leuker kun je het niet krijgen."
Je had een uitgesproken reputatie, de Nederlandse gitaargod. Drukte dat op je?
"Toen niet, ik wist van de prins geen kwaad. Ik had mijn eigen wereld gecreëerd. Het ontging me natuurlijk niet en ik vond het prettig, maar van mezelf wist ik waar ik hoorde, hoe ver ik was. Mensen hebben dat schandelijk overdreven, maar ik zou natuurlijk de laatste zijn om dat tegen te spreken. Ik heb me er ook niet op laten voorstaan. Op het laatst werd het vervelend, stond ik weer voor de zoveelste keer in die polls."
Hoe kwam je eigenlijk bij de Earring terecht?
"Die kende ik al heel lang, niet dat we daar ooit iets aanvonden, integendeel. Maar ik speelde wel vaker mee in de studio. Het is zo gegaan: ik kende een jongen in Den Haag en die deed wat in hasjies. Later begreep ik dat hij door de Earring gestuurd was om te informeren hoe ik over die muziek dacht. Ik was wel positief over zon bedrijf. Uitgenodigd bij George (Kooymans, AB) in België, veel wijn en gezellig, en toen vroeg hij het opeens. Ik ben naar huis gegaan, koffertje gepakt en naar Den Haag verhuisd."
Cuby + Blizzards zijn uiteindelijk niet naar de States gegaan, maar met de Earring heb je daar wel getoerd. Voelde dat als een soort compensatie?
"Jazeker, absoluut. In Los Angeles stapte een gozer op me af en die zei keihard, in het Engels: Eelco, wat doe je nou, speel je in zon kloteband! Stilte bij de anderen. Die gozer wist alles van de Blizzards. Onze platen bleken ook overal te staan, niet een of twee, maar alles! En overal, niet te geloven!"
Gaf dat geen schuldgevoel: we hadden toch moeten gaan?
"Geen schuldgevoel, wat hadden we daar aan kunnen doen?"
En toen je uit de Earring was gestapt, weer opluchting?
"Niks bijzonders, ik wist het al lang. Toen ik er nog geen jaar bij zat, had ik al gezegd: jullie kunnen beter met z n vieren verder gaan want jullie zijn geen vijfmansband. Jullie kunnen niet samenspelen. Ze zijn gewend om met elk seizoen mee te waaien. En gewend om dingen in de oefenruimte te bedenken en die moeten precies zo op het podium staan, anders raken ze in de war. Voor mij is dat een beetje primitief. Als het lekker gaat, verleng je automatisch een break. Zo ben ik opgevoed, ik heb nooit anders gespeeld."
Je bent toen midden in een Amerikaanse tournee uitgestapt. Je eigen keuze?
"Nee, nog veel leuker. Ik wist het al een half jaar. Normaal stap ik dan gelijk op, maar in dit geval was ik al een paar maal zwaar teleur gesteld in een houding die je totaal niet verwacht van zon professioneel bedrijf, een volledig gebrek aan zelfvertrouwen en dat compenseren door overdreven machoachtige bravoure. Dat is een keer wel aardig, maar loop ook eens gewoon het podium op en dwing daar respect mee af. Dat konden de Blizzards wel, af en toe, en dat is veel leuker. Ik heb niets tegen een act, want C + B was uiteindelijk ook een act, in de klassieke betekenis. Ik ben gewend om na afloop direct te lullen over punten die niet helemaal lekker zaten. Dat deed ik bij de Earring ook. Kwam er een gozer naar me toe en vertelt achter zijn hand: Eelco dat moet je niet zeggen, daar worden ze zo down van. Nou ja! Kunnen ze dat zelf niet zeggen?"
Wat gebeurde er na de Earring?
"Ik heb korte tijd gespeeld in de Free Lance Band, met Frank Nuyens van Q 65. Dat kwam niet van de grond en toen die groep uit elkaar viel was het opeens weg, een zwarte plek, dood, niks. Ik heb drie jaar niet gespeeld. Later begreep ik van mijn huisarts dat het een depressie was. Mede dankzij Jan Akkerman ben ik daar weer uitgekomen. Hij belde: ik heb een kort toertje en jij doet mee. Dat vond ik een sterk gebaar van hem. Zes optredens was ik nergens en bij het zevende was het er weer. Ik moest alles overnieuw leren, de simpelste dingen.
Toen ik niet meer speelde duurde het zo'n jaar of drie voor ik, net als iedereen, gewoon op de grond stond. Ik ervaarde dat ik elke week langzaam dichter bij het trottoir kwam. Dat vond ik helemaal niks. Niet omdat ik me meer voelde, het werd steeds benauwder. Alles zo klein en zo kleinzielig, al die kinnesinne."
Met veel collega's van toen gaat het op het ogenblik niet zo fantastisch. Heb je het idee dat die generatie is ingehaald door de tijd?
"Welnee joh! Zeer zeker niet. Ik heb nog geen seconde het gevoel gehad, ik ben nog lang niet klaar. Het stagneerde hier en daar, maar dat was eigenlijk logisch. De interesse voor blues wordt weer groter en zo had ik me dat altijd voorgesteld. Ik hou liever op als ik dood van het podium val. Als bejaarde krijg je me er nog niet eens af. Nog niet eens zo lang geleden heb ik eindelijk geleerd: als ik dit niet goed doe, ben ik niet compleet."
Dus je voelt je wel thuis in de jaren tachtig?
"Hartstikke leuk is het. Het is heerlijk om ouder te worden, je hebt meer ervaring. Ik begrijp mensen niet die zeggen: was ik nog maar zestien. Ik moet er niet aan denken. In het clubcircuit sta ik vaak voor een nieuwe generatie te spelen. Die vinden het net zo leuk en vallen op dezelfde dingen als wij toen. Dat herkennen ze. Blues is meer dan die drie akkoorden. Je kunt niet verwachten dat het leven voor je zestigste duidelijk voor je wordt. Gelukkig niet."