Opening Brood Tentoonstelling
De eerste maal dat ik Herman Brood 'in het echt' zag was in 1968. Hij speelde
met Cuby + Blizzards in De Peulen te Hardinxveld. Ik zat in de derde klas van
de middelbare school en mocht met gods gratie mee met vrienden, waarvan de
oudste, met het rijbewijs juist op zak, de rammelende Eend bestuurde, die was
geleend van zijn broer. Wat waren we overdonderd door de muziek, met name door
de solo's van Eelco Gelling en het stotende pianospel van Herman Brood, die
met zijn rug naar de rest van de band zat en wat hadden ze lang haar! Wat een
beetje tegenviel was, toen het vijftal zich langs ons heen wurmde naar de bar
voor een consumptie, dat ze zo ontzettend klein van stuk waren. Op basgitarist
Jaap van Eik na.
Nadat Herman in 1969 uit The Blizzards was gezet, vernamen we geruime tijd
niets van hem, tot Enoch Arden, de band waarmee ik in 1972 en 1973 met onder
andere Ron Krop speelde, het aanbod kreeg om een sessie met Brood te doen in
Utrecht. Het kwam er nooit van en misschien was dat maar goed ook want later
bleek, dat die Utrechtse periode qua dopegebruik zo'n beetje zijn beroerdste
was. Hij waarde werkelijk als een verstijfde junk door de Domstad.
Positiever waren de opmerkelijke strips van zijn hand, die onder de titel
'Otto' verschenen in het toenmalige 'undergroundblad' Aloha en waar nog eens
extra de aandacht op werd gevestigd, toen Cuby + Blizzards op 16 januari 1974,
met Brood, een afscheidsconcert gaf op tv, dat een dag eerder was opgenomen
en waarvan later een lp/cd verscheen. Voor de inlay en de 'Nakijkkrant', die
was gevoegd bij Muziekkrant Oor, werden de drie kopstukken van de band, Harry
Muskee, Eelco Gelling en Herman Brood, geïnterviewed en de tekeningen komen
in Broods gedeelte nadrukkelijk naar voren. Ik vond ze dan ook vaak uiterst
vermakelijk. Zoon tegen krantlezende en sigaretrokende vader: "Pa ik ga
afkikken." Vader: "Ach jongen, schei daar toch eens mee uit." Maar vooral ook
de tekeningen waar het onderwerp muziek is: Zwetende, op de knieën achter een
piano gezeten blanke, met daarachter een met een karwats uitgeruste neger die
roept: "Komop bleekscheet, jij kan het wel." Of, voor muzikanten zeer
herkenbaar, drie mannen aan een bar, op de rug gezien, en ervoor een
gitaarkoffer met daarop 'Joop & the Chaindogs'. De meest linkse zegt: "Wij
hebben Joop niet nodig man."
Tekenen en muziek maken gingen weer samen, toen Herman de hoes ontwierp voor de
lp/cd 'Kid Blue' van de heropgerichte Cuby + Blizzards in 1976, waarin niet
alleen hij, maar ook Harry en Eelco speelden. Eelco had tijdens de opnamen
goed in de gaten dat Brood op eigen benen wilde staan: "Het was zo duidelijk!"
Dat bleek toen het jaar erop de eerste solo-langspeler met Wild Romance
verscheen, 'Street', die verder gaat waar 'Kid Blue' stopt. Ook hiervoor
ontwierp Herman de hoes. Hij staat erop met een groen hoofd, maar dacht zelf
dat hij mooi gebruind was. Want, hoewel er door het latere kleurgebruik in
zijn schilderwerken vaak aan getwijfeld werd, zowel door zijn moeder als Eelco
wordt bevestigd dat Herman - in ieder geval partieel - kleurenblind was.
Eelco: "Hij kon sowieso nauwelijks de overkant van de straat zien." Bovendien
maakte hij tot zijn vijfde omgekeerde tekeningen, die hij omdraaide als ze af
waren en dan tegen zijn moeder zei: "Kijk ma, nu is-ie klaar."
Hermans muzikale topperiode lag voor mij absoluut in '78-'79, maar Stichting
Pop Promotie Gorkum, waarvan ik voorzitter was, haalde hem en zijn Wild
Romance al op 17 september 1977 naar De Kolfbaan. Het eten in Metropool liep
dermate uit, dat het morrende publiek mij sommeerde de bandleden achter hun
borden weg te plukken. Dat was net niet nodig, want ik kwam ze op het Melkpad
tegen. Na mijn grieven te hebben aangehoord mompelde Brood: "Zo, dan zullen we
ze eens een poepie laten ruiken", om zich vervolgens aan de kassa-bemanning
voor te stellen als: "Herman Brood van Kubie en de Blizzards."
Dat poepie heeft-ie ze overigens laten ruiken.
Hoewel zijn muzikale loopbaan in 1980 een gevoelige dreun kreeg, bleef Herman
Gorcum bezoeken met wisselende samenstellingen, waarin gitarist David
Hollestelle de enige constante factor was; hij maakte bijna 20 jaar vol aan de
zijde van zijn grillige baas. Een sterke boy dus. De kwaliteit van de
concerten was altijd van hoog niveau, zo bleek bijvoorbeeld bij het 10-jarig
jubileum van Pop Promotie in 1985. Als organisator kreeg je met Brood
overigens nauwelijks contact, hoogstens een slap handje bij binnenkomst. Het
praatwerk werd verricht door Hermans manager Koos 'Coach' van Dijk.
De laatste twintig jaar van zijn leven werd Broods muzikale carrière
overschaduwd door die van performer, aandachttrekker in het algemeen en
natuurlijk schilder. Want hoewel er nog best aardige platen in verschillende
genres uitkwamen; zijn toptijd ligt voor mij in genoemde periode.
Ook op lokatie combineerde hij toen het muzikantschap met dat van schilder, zo
bleek bij zijn bezoek aan de Kolfbaan op 11 november '78, toen hij de wanden
van van de kleedkamer met spuitbussen bewerkte. Dit tot grote ergernis van de
toenmalige beheerder Paul Verhoog, die ons, als organisatoren, de huid vol
schold, omdat hij de grootste moeite had gehad 'die troep' er af te krijgen om
ze vervolgens weer over te schilderen. Onlangs vertrouwde Paul me toe dat hij
er later spijt van had gehad als haren op zijn hoofd. "Ik wou dat ik er alles
minitieus met plamuurmesjes had afgepulkt. Het was nu misschien een fortuin
waard geweest."
Herman kon met tekenen en schilderen veel gemakkelijker geld verdienen dan met
muziek maken en hij benadrukte in interviews hoeveel hij wel van het spelen
hield om daar toch ook mee door te gaan. Dat het een ook mooi kan doorwerken
in het ander blijkt uit een flink deel van deze fraaie tentoonstelling.
Aart Roza.