Op weg naar Sarasani zetten we schapen overeind (Texelse Courant 12/10/2004)
Hij bewaart goede herinneringen aan popboerderij Sarasani, waar hij als lid van Cuby and the Blizzards aan het eind van de jaren zestig kind aan huis was. 'Op weg van de boot erheen moesten we regelmatig stoppen om schapen overeind te zetten. Want ze hadden ons verteld dat als ze zijn omgevallen en niet geschoren, ze niet meer overeind kunnen komen.'
Met glimmende oogjes vertelt Eelco Gelling in de catacomben van De Lindeboom verhalen over vroeger. Het is zaterdagavond, een half uur voor middernacht. Over een half uur wordt hij op het podium van Question Plaza verwacht, waar hij de hoofdact is van het zeventiende Texel Blues. Maar hij vindt het geen enkel probleem de verslaggever van de Texelse Courant te ontvangen. En ook festivalorganisator Jan Koomen is natuurlijk welkom. 'Ik zou alleen graag wat drinken. Kun jij misschien wat voor ons regelen', vraagt hij Koomen, die direct wegstuift om een blaadje bier te halen. En een fles Spa blauw voor Ron 'El Kroppo' Krop, op papier niet meer dan de zanger en slaggitarist van de Eelco Gelling Band, maar in de praktijk de onbetwiste leider van het gezelschap. Gelling is met zijn vriendelijke, kale en doorgroefde hoofd, zijn donkere spijkerbroek en opvallende bretels niet meer dan het boegbeeld van de band. Maar wel een boegbeeld met een nog verbluffend goed gitaarspel, waarmee hij in vroeger tijden net zoveel aanzien genoot als generatiegenoot Jan Akkerman.
Met vragen over feiten moet je de 58-jarige Gelling na veertig tropenjaren in de rock 'n' roll niet meer lastig vallen. 'Jaartallen zeggen me niets. Ik heb ook geen herinneringen aan de totstandkoming van sommige lp's. Van de één lijkt het een dag geleden, van de ander honderd jaar.' Maar dat het 'een te gekke tijd' was en Sarasani 'een wereldplek', waar hij en zijn collega-muzikanten de gekste streken uithaalden, weet hij nog heel goed. 'In het begin sliepen we in een ruimte onder het toneel. Maar als er iemand over heen liep, kwam het stof naar beneden. Het was altijd een probleem om een slaapplaats te vinden. Want als je er één had en je wilde naar bed, dan liep je de kans dat er al iemand in lag. Met een mooie dame.'
Met Herman Brood, die eveneens begon als één van de Blizzards, had hij eens een pijpleiding aangelegd die begon in de voorraadkamer en aansloot op de goot die aan de voorkant van de opvallend lange bar zat. 'Herman had er een eigen selectie dranken aangekoppeld. Als ik dan riep hij kan!, dan zette hij de kraan open en konden we zo drinken.' Hij buigt zich over de denkbeeldige bak, maakt slobberende geluiden en kijkt dan weer vriendelijk lachend op. Als Gelling vertelt over de foto-opnamen voor promotiemateriaal in de duinen, waarop alle bandleden bovenop elkaar lagen, merkt de van een Texels biertje nippende saxofonist Bert van Meeuwen op: 'Die ansichtkaart ken ik. Dat is een heel bekende.'
Jan Koomen, die een paar jaar jonger dan Gelling is, hoort de verhalen met genoegen aan. 'Ik was ook vaak in Sarasani te vinden. Ik ging er op de fiets heen, kun je nagaan hoe oud ik was. Cuby and the Blizzards zaten er soms wel drie weken achter elkaar. Als er geen andere band was, traden zij op. Avond aan avond. Je kon ze met recht de huisband van Sarasani noemen. De rest van de tijd zaten ze er te zuipen en te blowen.'
Na een kwartiertje staat Gelling op en verontschuldigt zich. 'Ik moet even kijken of mijn spullen klaar staan.' Krop maakt van zijn afwezigheid gebruik door wat over de band te vertellen, die in 1997 ontstond, toen Gelling en hij elkaar weer ontmoetten en besloten weer eens wat samen te gaan doen. Ze kennen elkaar al jaren en speelden zo'n dertig jaar geleden voor het eerst met elkaar. Dat Gelling als ex-lid van Cuby and the Blizzards en The Golden Earring ongewild de meeste aandacht trekt, maakt Krop niet veel uit. 'We doen het samen. Bovendien: zeventig procent van wat we spelen, heb ik geschreven.'
Op het repertoire staan een paar nummers van Cuby and the Blizzards, maar ze vormen zeker niet de hoofdmoot. 'Wij spelen het hele spectrum van de blues. Met een echt Amerikaans geluid. Veel meer dan Cuby, dat gewoon een Hollandse groep was. Wij improviseren veel. Natuurlijk hebben we een vast schema, maar uiteindelijk wordt elk nummer anders. En daardoor elk optreden. Zelfs al zouden we het willen, dan wordt geen nummer hetzelfde gespeeld. Het lukt ons niet. Daardoor blijft het ook leuk.'
Als Gelling weer terug is, gaat het gesprek nog even over vroeger. Tot Krop de aandacht vraagt. 'Het is nu kwart over twaalf. Zullen we om half één beginnen? Prima, dan gaan we zo op. Houdt iedereen zich klaar?' Terwijl de glazen Jack Daniels worden uitgedeeld (alleen Krop blijft Spa blauw drinken) en Jan Koomen vertelt dat er zevenhonderd mensen zitten te wachten, maakt Gelling een verontschuldigend gebaar: 'Misschien kunnen we straks nog wat verder praten?'
Een paar minuten later beklimmen de zes bandleden het podium, klaar om Question Plaza te laten horen hoe de blues moet worden gespeeld.